Drs. N. Crama, vitreoretinaal chirurg in Radboudumc Nijmegen

Glasvochttroebelingen: lastig of ernstig?

Glasvochttroebelingen, floaters, mouches volantes. Bijna iedereen heeft er wel een paar en ziet deze vooral bewegen tegen een lichte egale achtergrond. De belangrijke vraag is echter: Wat is normaal en wanneer kunnen glasvochttroebelingen een symptoom zijn van iets ernstigs? Het herkennen van de klachten en bekendheid met risicofactoren is van essentieel belang om te beoordelen of een onderzoek en eventueel een spoedverwijzing nodig is. Hoe zat het ook alweer met lichtflitsen? Kunnen glasvochttroebelingen zonder lichtflitsen geen kwaad? Op basis van de wetenschappelijke literatuur én de praktijk weten we dat glasvochttroebelingen wel degelijk een verhoogd risico op een retinadefect geven, ook als er géén sprake is van lichtflitsen. De praktijk blijkt echter weerbarstig. Bekendheid met de symptomen en bijbehorende risico’s kan voorkomen dat er onnodige vertraging in diagnose en behandeling van een netvliesloslating optreedt. De optometrist kan een belangrijke rol spelen bij vroegsignalering en in het kader van informatievoorziening aan patiënten. Kennis over het onderliggende mechanisme is hierbij van belang, evenals kennis over andere aandoeningen die glasvochttroebelingen kunnen veroorzaken. Ook als er geen sprake is van een netvliesloslating kunnen de troebelingen dermate hinderlijk zijn dat behandeling gewenst is, maar wat zijn dan de afwegingen en risico’s? Anatomie van het glasvocht, leeftijdsgebonden veranderingen, gerelateerde aandoeningen én alarmsymptomen; al deze facetten van de glasvochttroebelingen zullen de revue passeren, zodat het ook voor de optometrist weer helder is!

CV

Niels Crama studeerde geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij specialiseerde zich tot oogarts en vitreoretinaal chirurg in het Radboudumc te Nijmegen, deed in 2006 een research fellowship in Moorfields Eye Hospital te Londen en was van 2013 tot 2019 voorzitter van de Nederlandse Werkgroep Vitreoretinale chirurgie. In het Radboudumc voert hij de vitreoretinale zorg in de volle breedte uit en verzorgt samen met zijn collega chirurgen het fellowship vitreoretinale chirurgie. Naast de precisie en focus die je van een netvlieschirurg mag verwachten heeft hij een brede interesse in de organisatie van de (oog)zorg. Met kleine aanpassingen zijn soms grote verbeteringen mogelijk. Zijn motto? “Academisch als het moet, praktisch als het kan”.